SponsorKliks van De Groene Uilen

HR

Huishoudelijk Reglement Groene Uilen

Laatst gewijzigd 25-3-2015

HOOFDSTUK 1: Leden, teams

 

Artikel 1.1: Algemeen

Dit reglement is vastgesteld tot regeling van al die zaken waarin de statuten niet voorzien, waarvan de regeling door de statuten wordt geëist of waarvan de regeling door de Algemene Ledenvergadering wenselijk wordt geacht (Artikel 9 van de statuten).

 

Artikel 1.2: Dispensatiekaarten

Personen die lid zijn van de vereniging dienen een geldige ACLO-sportbewijs of dispensatiekaart te bezitten. De vereniging beschikt over een aantal dispensatiekaarten dat vastgesteld wordt door de ACLO. Het verenigingsbestuur beslist over de toewijzing en verdeling van de dispensatiekaarten, op basis van onderstaande leden van dit artikel.

  1. Recht op een dispensatiekaart kan verleend worden aan leden die in het bezit zijn van een geldige E-scheidsrechterslicentie of hoger, mits er binnen de vereniging een tekort aan personen met een E-scheidsrechterslicentie of hoger bestaat.
  2. Recht op een dispensatiekaart kan verleend worden aan personen (zowel leden als niet-leden) die niet (meer) beschikken over een ACLO-sportbewijs maar wier lidmaatschap voor het behoud of verhoging van het spelniveau van het eerste heren- en/of damesteam noodzakelijk wordt geacht, mits zij actief lid zijn binnen de vereniging. Het bestuur bepaalt of de actieve functie/rol van voldoende waarde is voor de vereniging om de betreffende persoon in aanmerking te laten komen voor een dispensatiekaart.
  3. Recht op een dispensatiekaart kan verleend worden aan een lid van wie zijn/haar bijdrage als onmisbaar wordt gezien voor de vereniging.
  4. Recht op een dispensatiekaart kan verleend worden aan leden uit andere teams, enkel en alleen als er voor die persoon, die in aanmerking wenst te komen, geen gelijkwaardige vervanging is uit de lagere teams, vanaf de wachtlijst of van buitenaf.
  5. Recht op een dispensatiekaart kan verleend worden aan personen die een niet universitaire en niet-HBO dagopleiding volgen.
  6. In geval van een tekort aan dispensatiekaarten vindt toekenning plaats volgens de in dit artikel vastgestelde volgorde 1.2b, 1.2c, 1.2d, 1.2e, 1.2f.

 

Artikel 1.3: Uitschrijven

  1. Indien voor 1 juni door de secretaris van een competitielid (vergelijk artikel 1.6) geen schriftelijk bericht van beëindiging van het lidmaatschap is ontvangen, wordt dat competitielid geacht het lidmaatschap van de vereniging het volgende verenigingsjaar (1 september tot en met 31 augustus) te willen continueren. Wanneer een competitielid zich wenst uit te schrijven na het verstrijken van de deadline en voor 1 juli, zal dit gepaard gaan met een boete voor het betreffende competitielid (zie boetelijst). Gebeurt de uitschrijving na 1 juli, dan wordt het competitielid geacht het lidmaatschap en de daarbij behorende contributie te willen continueren.
  2. Indien door de secretaris van een trainingslid (vergelijk artikel 1.6) geen schriftelijk bericht, inhoudende de wens het lidmaatschap van de vereniging te continueren, wordt ontvangen,
    wordt dat trainingslid geacht het lidmaatschap van de vereniging het volgende verenigingsjaar (1 september tot en met 31 augustus) niet te willen continueren.
  3. Het lid is contributie verschuldigd tot het einde van het verenigingsjaar waarin het lidmaatschap beëindigd is (1 september tot en met 31 augustus). Indien een lid voor 1 juni schriftelijk aangeeft bij de secretaris dat hij/zij het volgende seizoen alleen de eerste helft van het seizoen een lidmaatschap wil hebben, betaalt dit lid een deel van de contributie. Dit lidmaatschap loopt tot 31 januari.

 

Artikel 1.4: Toelating nieuwe leden

Toelating van nieuwe leden geschiedt in volgorde van plaatsing op de wachtlijst, dan wel in volgorde van aanmelding. Slechts in geval van te groot verschil tussen gewenst niveau en dat van het eerstkomend kandidaat-lid, kan het bestuur van deze regel afwijken.

 

Artikel 1.5: Aantal teams

De algemene ledenvergadering(ALV) beslist over eventuele verandering van het aantal teams in de vereniging. De technische commissie adviseert de ALV hierin.

 

Artikel 1.6: Teaminhoud

Elk team bestaat uit minimaal zeven, maximaal twaalf competitieleden (gewone leden in de zin van artikel 3.2 van de statuten van de NBB) en eventuele trainingsleden (buitengewone leden in de zin van artikel 3.3 van de statuten van de NBB). Het aantal competitieleden kan slechts tot meer dan twaalf worden uitgebreid indien daartoe unaniem door de competitieleden van dat team wordt besloten. Trainingsleden kunnen slechts na overleg tussen trainer(s), Technische Commissie en team worden toegelaten. De technische commissie is hier toegevoegd als adviserend orgaan. Zij dienen te waken over het technische beleid van de gehele vereniging.

 

Artikel 1.7: Teamsamenstelling

Het bestuur regelt minimaal in overleg met de technische commissie, het team, met trainer(s) en/of coaches, de teamsamenstelling met inachtneming van het gestelde in artikel 1.8 en 1.9

 

Artikel 1.8: Invulling teamplaatsen in lopend seizoen

Voor de invulling van opengevallen plaatsen, ook in het lopende verenigingsjaar, wordt binnen de vereniging naar geschikte spe(e)l(st)ers gezocht. Indien sprake is van grote verschillen tussen het gewenste niveau en/of de speelpositie, en het niveau/speelpositie van de potentiële vervang(st)ers
binnen de vereniging, kan het bestuur van deze regel afwijken en – conform artikel 1.4 – naar opvulling vanuit de wachtlijst of vanuit de aanmeldingen van eerstejaars streven.

 

Artikel 1.9: Bankspelers

Bankspeler/Bankspeelster zijn competitieleden die gerechtigd zijn om naast hun eigen team onbeperkt in alle teams in de hogere competitieklassen van de vereniging uit te komen. Binnen de vereniging zijn zij in één team ingedeeld, waarvoor zij in principe alle wedstrijden uitkomen. Het team waarbij de speler/speelster is ingedeeld heeft te allen tijde voorrang boven andere wedstrijden of trainingen. Het bestuur beslist over de wenselijkheid van eventuele bankspelers. Voor de aanvang van de competitie maakt het bestuur met de betrokken teams, technische commissie, coach(es) en bankspelers duidelijke afspraken betreffende de invulling van het banken bij een bepaald team.

 

Artikel 1.10: Captainverplichtingen

Captains van teams dienen vastgesteld en bekend gemaakt te worden aan het bestuur tijdens de eerste week van het seizoen. De captain is verantwoordelijk voor de communicatie tussen het team en de vereniging, is verantwoordelijk voor het doorgeven van de thuiswedstrijduitslagen, is verantwoordelijk voor het inleveren van de NBB identificatiekaarten van zijn/haar team voor 1 juni, en dient aanwezig te zijn bij de algemene ledenvergaderingen zoals uitgeschreven door het bestuur van de vereniging. De captain dient tijdig een vervanger te regelen en dit kenbaar te maken aan het bestuur maximaal een dag voor de betreffende algemene ledenvergadering.

Indien bovenstaande verplichtingen niet wordt nageleefd, resulteert dit in een boete (zie boetelijst).

 

 

HOOFDSTUK 2: Het bestuur

 

Artikel 2.1: Bestuursvergaderingen

Bestuursvergaderingen zijn openbaar.

 

Artikel 2.2: ALV

Het bestuur brengt aan de algemene ledenvergadering verslag uit van de vergaderingen waarop het de vereniging vertegenwoordigd heeft.

 

Artikel 2.3: Bestuur lidmaatschap

Het lidmaatschap van het bestuur van de vereniging is niet verenigbaar met dat van de redactiecommissie van het verenigingsorgaan.

 

Artikel 2.4: Verplichtingen penningmeester

De penningmeester van de vereniging presenteert een maand voor aanvang van de datum van de eerste ALV van het seizoen een voorlopige begroting. Tevens dienen de begroting en de verwachte afrekening van het lopende verenigingsjaar te worden gepresenteerd om een beter gefundeerde besluitvorming mogelijk te maken.

 

Artikel 2.5: Verplichtingen secretaris

De secretaris dient voor 1 mei de leden schriftelijk op de hoogte te stellen van artikel 1.3.a en 1.3.b., met vervolgens minimaal één schriftelijke herinnering voor 1 juni.

 

 


 

HOOFDSTUK 3: Commissies

 

Artikel 3.1: Uitvoering bestuurstaken door commissies

Bepaalde bestuurstaken kunnen uitgevoerd worden door commissies.

 

Artikel 3.2: Benoemen van commissies

Het bestuur benoemt de commissies. Bij de benoeming van deze commissies neemt het bestuur kennis van het standpunt van de algemene ledenvergadering.

 

Artikel 3.3: Commissie-inhoud

De commissies bestaan zo veel mogelijk uit niet-bestuursleden.

 

Artikel 3.4: Verplichtingen ten opzichte van commissie-overdracht

Uiterlijk 30 juni van het verenigingsjaar levert elke commissie een draaiboek volgens format per commissie en overdrachtsdocument per functie in bij het bestuur. Daarnaast worden de commissieleden geacht hun taak in het opeenvolgende seizoen mondeling en schriftelijk over te dragen aan hun opvolgers middels een overdrachtsvergadering. Deze vergadering zal worden geleid door de oud-voorzitter van de betreffende commissie en een afvaardiging van het huidige bestuur.

 

Artikel 3.5: Vrijheid binnen commissie

Het bestuur garandeert binnen haar verantwoordelijkheid de commissies een zo groot mogelijke vrijheid.

 

 

HOOFDSTUK 4: Functionarissen

 

Scheidsrechters

Artikel 4.1: Verplichting F-licentie minimum

Alle competitieleden dienen in het bezit te zijn van een F-scheidsrechterslicentie. Het bestuur stelt vast welke competitieleden niet in het bezit zijn van een F-scheidsrechterslicentie. Deze leden dienen de eerste volgende cursusmogelijkheid te volgen met inachtneming van eerst volgende art 4.2 en 4.3. Indien een lid niet slaagt bij het examen van de cursus, beoordeelt het bestuur, na het betreffende competitielid te hebben gehoord, of er sprake is van moedwillig zakken. Komt het bestuur tot de redelijke overtuiging dat van moedwillig niet behalen sprake is, dan wordt artikel 4.8 lid a) van toepassing geacht. Komt het bestuur niet tot die overtuiging, dan moet de cursus zo spoedig mogelijk opnieuw gevolgd worden. Indien er sprake is van moedwillig niet behalen, wordt er een boete opgelegd (zie boetelijst).

 

Artikel 4.2: Scheidsrechterspunten

Door ieder team dient een aantal scheidsrechterspunten geleverd te worden, overeenkomend met het aantal punten dat door de NBB Afdeling Noord wordt toegekend aan het niveau waarop dat team de komende competitie zal spelen (teampunten). Tevens dient ieder team te voldoen aan de eisen die de NBB Afdeling Noord stelt aan de hoogte van de rang van de door het desbetreffende team te leveren scheidsrechter.

 

Artikel 4.3: Aanleveren F-scheidsrechters

Uiterlijk een week voor de door de NBB Afdeling Noord vastgestelde uiterste datum dient ieder team bij de scheidsrechterscoördinator de scheidsrechter(s) te hebben opgegeven die het in artikel 4.2 bedoelde aantal scheidsrechterspunten opleveren. Deze datum, het vereiste aantal scheidsrechterspunten en de puntenwaardering per scheidsrechter(s-poule) worden zo vroeg mogelijk door het bestuur bekend gemaakt.

 

Artikel 4.4: Sancties gebrek aan scheidsrechterspunten

Het bestuur is verplicht, indien aan de vereniging sancties worden opgelegd naar aanleiding van een te gering aantal geleverde scheidsrechterspunten, die sancties slechts van toepassing te doen zijn op competitieleden van die teams, die te weinig scheidsrechterspunten hebben geleverd.

 

Artikel 4.5: Vrijwillige terugtrekking scheidsrechter

Een scheidsrechter zoals bedoeld in artikel 4.3, mag zich in het lopende verenigingsjaar niet terugtrekken, tenzij tezelfdertijd een (aantal) opvolg(st)er(s) wordt geleverd met correcte scheidsrechterslicentie en een punteninbreng die minstens gelijkwaardig is aan die van de terug te trekken scheidsrechter.

 

Artikel 4.6: Gedwongen terugtrekking scheidsrechter

Indien een scheidsrechter zoals bedoeld in artikel 4.3 in opdracht van de NBB Afdeling Noord moet worden teruggetrokken, is het team waarvoor hij/zij fluit verplicht om binnen de door de NBB Afdeling Noord gestelde termijn (een) opvolg(st)er(s) te leveren met correcte scheidsrechterslicentie en een punteninbreng die minstens gelijkwaardig is aan die van de terug te trekken scheidsrechter.

 

Artikel 4.7: Scheidsrechterslicentie

Scheidsrechters dienen hun scheidsrechterslicentie zo spoedig mogelijk na de laatste te fluiten wedstrijd van het verenigingsjaar, doch zeker voor 1 juni, in te leveren bij de scheidsrechterscoördinator.

 

Artikel 4.8: Consequenties niet nakomen verplichting F-licentie

  1. Voor individuele competitieleden geldt dat er bij niet nakomen van de in artikel 4.1 vervatte verplichtingen, een boete wordt opgelegd (zie boetelijst voor verdere toelichtingen).
  2. Voor teams geldt dat bij niet nakomen van de in artikel 4.2, eerste zin, vervatte verplichting, het desbetreffende team wordt teruggetrokken door de vereniging uit de competitie en een teamboete wordt opgelegd, gelijk aan de door de NBB Afdeling Noord opgelegde boete voor terugtrekking van het betreffende team.
  3. Indien het team niet door de vereniging wordt teruggetrokken uit de competitie, wordt er door het bestuur een boete geheven gelijk aan de door de NBB Afdeling Noord opgelegde boete voor terugtrekking van het betreffende team, die wordt teruggestort aan het eind van het verenigingsjaar, indien aan de volgende verplichtingen wordt voldaan:
    1. als het team geen scheidsrechters heeft, moet dat team hetzelfde verenigingsjaar voldoende leden tot F-scheidsrechter opleiden om aan het aantal te leveren punten overeenkomstig artikel 4.2 te voldoen. Na 1 seizoen actief te hebben gefloten moeten deze F-scheidsrechters opgeleid worden tot E-scheidsrechters.
    2. Als het team slechts F-scheidsrechters heeft en de eis van de NBB Afdeling Noord is dat er door dat team minimaal een aspirant-E scheidsrechter geleverd moet worden, dan moet dat team in hetzelfde verenigingsjaar F-scheidsrechters opleiden tot E-scheidsrechters. Daarbij is het een eis van de NBB Afdeling Noord dat de op te leiden F-scheidsrechters minimaal 10 wedstrijden in maximaal 2 seizoenen hebben gefloten. Het is verplicht om zoveel F-scheidsrechters tot E-scheidsrechter op te leiden dat zij tenminste een E-scheidsrechterspoule vormen.
  4. Het bestuur kan op goede gronden een uitzondering maken op a), b) en c). Bij het hanteren van de in artikel 4.8 vervatte regels wordt rekening gehouden met het aantal nieuwe leden binnen een team.

 

Artikel 4.9: Verplichting zaalcommissarissen

Alle teams dienen zaalcommissarissen te leveren. Deze worden op naam aangeschreven in het tafelschema.

 

Artikel 4.10: Consequenties niet nakomen verplichting zaalcommissarissen

  1. Bij niet opkomen van de zaalcommissaris wordt door de vereniging een boete opgelegd (zie boetelijst).
  2. Bij het disfunctioneren van de zaalcommissaris wordt een boete geheven die gelijk is aan de door de NBB Afdeling Noord opgelegde boete.

 

Timers, scorers, vierentwintig-seconden-functionarissen

Artikel 4.11: (ter informatie bij artikel 4.12)

Alle competitieleden zijn verplicht op aanschrijven van de wedstrijdsecretaris als jurylid te fungeren bij thuiswedstrijden van de vereniging. Bij niet verschijnen zonder zelf tijdig voor een vervang(st)er te hebben gezorgd, wordt door de vereniging een boete opgelegd (zie boetelijst).

 

Artikel 4.12: Vrijstelling van jurylid

Leden van het bestuur, scheidsrechters met E-licentie en/of hoger, aspirant-E scheidsrechters, leden die training geven en/of coachen, hebben recht op vrijstelling van het bepaalde in artikel 4.11. Alle bovengenoemde leden kunnen te kennen geven van het recht van vrijstelling te willen afzien. Ten aanzien van andere dan bovengenoemde leden is de wedstrijdsecretaris bevoegd in bijzondere gevallen aangepaste regelingen te treffen.

 

 

HOOFDSTUK 5: Verenigingsorgaan

 

Artikel 5.1: Verenigingsorgaan

De vereniging heeft een orgaan, “De Uilenbal”, waarin onder andere het wedstrijdprogramma en de bestuur mededelingen worden gepubliceerd.

 

Artikel 5.2: Distributie verenigingsorgaan

Alle leden, conform de ledenlijst die voorafgaand aan elke uitgave door de bestuurssecretaris wordt verstrekt aan de redactie, dienen “De Uilenbal” persoonlijk te ontvangen. De redactie draagt zorg voor deze verspreiding. Vrienden van de Uilen dienen een digitale versie van “De Uilenbal” te ontvangen.

 

Artikel 5.3: Distributie voor niet-leden

Het is mogelijk voor niet-leden “De Uilenbal” te ontvangen tegen onkostenvergoeding.

 

 

HOOFDSTUK 6: Algemene ledenvergaderingen

 

Artikel 6.1: Verplichte aantal ALV per verenigingsjaar

Tenminste twee maal per verenigingsjaar (met regelmatige tussenpozen) wordt een algemene ledenvergadering gehouden.

 

Artikel 6.2: ALV inhoud

Voorstellen voor het agendapunt “Wat verder ter tafel komt”, moeten direct na de opening van de vergadering worden ingediend.

 

Artikel 6.3: Stemming

Over alle in de agenda vermelde punten kan gestemd worden, met inachtneming van het in artikel 6.4 en 6.5 gestelde.

 

Artikel 6.4: Wat verder ter tafel komt

Voorstellen ingediend voor het agendapunt “Wat verder ter tafel komt” kunnen ter stemming worden gebracht, tenzij ze naar het oordeel van het bestuur zo verstrekkend zijn, dat publicatie vooraf noodzakelijk wordt geacht.

 

Artikel 6.5: Rondvraag

Tijdens het agendapunt “Rondvraag” is het niet mogelijk zaken ter stemming te brengen.

 

 

HOOFDSTUK 7: Raad van Advies

 

Artikel 7.1: Doel Raad van Advies

De Raad van Advies heeft tot doel advies uit te brengen aan het bestuur met betrekking tot de volgende punten:

  1. Overdracht van kennis tussen verschillende besturen,
  2. Het aandragen van aandachtspunten voor het bestuur,
  3. Naleving van statuten en het huishoudelijke reglement,
  4. Tussentijdse (tussen de algemene ledenvergaderingen)evaluatie van het functioneren van het bestuur.

 

Artikel 7.2: Benoeming Raad van Advies

Benoeming van de Raad van Advies vindt plaats door de Algemene Ledenvergadering van G.S.B.V. De Groene Uilen.

 

Artikel 7.3: Samenstelling Raad van Advies

  1. De Raad van Advies bestaat uit minimaal drie personen,
  2. Indien er niet voldoende kandidaten zijn, dient het bestuur in goed overleg met de overige leden van de Raad van Advies op korte termijn voor aanvulling te zorgen.

Artikel 7.4: Profielschets leden Raad van Advies

Leden van de Raad van Advies kenmerken zich door bestuurlijke ervaring, grote betrokkenheid bij de vereniging of andere vormen waardoor zij bijdragen aan het doel van de Raad van Advies.

 

Artikel 7.5: Overleg Raad van Advies

De Raad van Advies overlegt 2 maandelijks. Dit zal wisselend gebeuren tussen het gehele bestuur en alleen de voorzitter en secretaris. Het bestuur verstuurt uitnodigingen voor de bijeenkomst van de Raad van Advies. De uitnodigingen dienen minimaal 3 weken voor de streefdatum te zijn verstuurd en bevatten een voorstel m.b.t. de agenda, datum, tijd en locatie van het overleg. Het overleg is in principe openbaar.

 

Artikel 7.6: Agenda Raad van Advies

De definitieve agenda van de Raad van Advies komt in goed overleg tussen de Raad van Advies en het bestuur tot stand. Leden van de Raad van Advies kunnen punten aandragen tot een week voor de datum van overleg bij de voorzitter van het bestuur.

 

Artikel 7.7: Voorzitting Raad van Advies

De Raad van Advies wordt voorgezeten door de voorzitter van het bestuur.

 

Artikel 7.8: Notulen Raad van Advies

De notulen worden door de secretaris van het bestuur gemaakt en worden binnen twee weken na het overleg onder de leden van het bestuur en Raad van Advies verspreid. De notulen zijn in principe

openbaar en opvraagbaar door leden van G.S.B.V. De Groene Uilen.

 

 

HOOFDSTUK 8: Wedstrijden, trainingen

 

Artikel 8.1: Tenuekleur

De teams dienen, indien zij uitkomen in de competitie of in toernooien, te spelen in de verenigingskleuren. Voor de dames zijn deze: groen shirt met witte cijfers; bijpassende groene broek. Voor de heren zijn deze: groen shirt met witte cijfers, bijpassende groene broek. Bij aanschaf van een nieuw tenue dient het bestuur geraadpleegd te worden om een uniformiteit wat kleding betreft te kunnen waarborgen.

 

Artikel 8.2: Verdeling

Het bestuur dient te streven naar een rechtvaardige verdeling van trainersuren, trainingsuren, trainingstijden en trainingsaccommodatie.

 

Artikel 8.3: Coach

Het bestuur dient er naar te streven voor elk team een geschikte coach te vinden.

 

 

HOOFDSTUK 9: Financiële verplichtingen

 

Artikel 9.1: Machtigingsformulier

Leden zijn verplicht een machtigingsformulier te tekenen waarin de penningmeester wordt gemachtigd de contributie middels een automatische incasso in twee termijnen af te schrijven. Het eerste deel van de contributie wordt in oktober/november afgeschreven en het tweede deel in februari/maart. Tevens wordt de penningmeester middels dit formulier gemachtigd de eventueel aan het lid opgelegde boetes via een automatische incasso te innen.

 

Artikel 9.2: Borg indien machtigingsformulier niet getekend

Leden die gegronde redenen hebben het in artikel 9.1 genoemde machtigingsformulier niet te tekenen, worden geacht de volledige contributie verhoogd met een borg van €30,- voor eventuele boetes voor 1 oktober van het lopende seizoen te betalen. Eventuele borgteruggave vindt plaats aan het eind van het seizoen.

 

Artikel 9.3: Incasso boetes

Opgelegde boetes worden tijdens de 2e en 3e incassotermijn geïncasseerd samen met de contributie. Leden die geen machtiging hebben afgegeven krijgen een factuur. Er wordt onderscheid gemaakt tussen individuele boetes en teamboetes (door individuen respectievelijk door de competitieleden van een team te betalen).

 

Artikel 9.4: Boete uitkering

Er worden boetes opgelegd voor het niet (zorgvuldig) uitvoeren van de taken als scheidsrechter, tafelaar en/of zaalcommissaris (zie boetelijst).

 

Artikel 9.5: Schorsing leden bij niet nakomen financiële verplichtingen

Leden met financiële verplichtingen uit voorafgaand(e) verenigingsja(a)r(en) kunnen door het bestuur geschorst worden. Bij aanhoudende weigering tot het voldoen van schulden kunnen leden ontzet worden. Tot schorsing of ontzetting gaat het bestuur slechts over na zorgvuldige afweging. Het betreffende lid dient vooraf gehoord te worden. De duur van de schorsing wordt door het bestuur bepaald.

 

Artikel 9.6: Betalingswijze

Zowel betalingen aan (contributie, boetes enzovoort), als betalingen door (rekeningen, declaraties enzovoort), de vereniging mogen slechts giraal geschieden.

 

Artikel 9.7: Boetelijst publicatie

De boetelijst waarnaar wordt verwezen in het HR, moet bekend worden gemaakt aan het begin van het seizoen aan de leden. Deze boetelijst kan gedurende het hele seizoen geraadpleegd worden op de verenigingssite.

 

Artikel 9.8: Vergoeding coaches Tweede Divisie

Aan de coaches van de Tweede Divisie van zowel heren als dames wordt in totaal per team een vergoeding van ter hoogte van 500 euro per seizoen betaald. Dit moet worden opgebracht door de spe(e)l(st)ers van deze teams. Mochten er niet voldoende inkomsten zijn geworven door het team, dan wordt het resterende deel van de coachvergoeding verhaald op de spe(e)l(st)ers en (naast de verschuldigde contributie) afgeschreven aan het eind van het seizoen.

 

 

HOOFDSTUK 10: ACLO sportbewijzen

 

Artikel 10.1: Omschrijving ACLO sportbewijs

Met het ACLO sportbewijs wordt een kaart bedoeld die bij de ACLO kan worden aangeschaft om toegang te krijgen tot de ACLO-faciliteiten. Dit kan een kaart voor een student, afgestudeerde, medewerker of een dispensatielid zijn.

 

Artikel 10.2: Aanschaf ACLO sportbewijs

Het ACLO sportbewijs moet door de leden die in of voor oktober lid geworden zijn worden aangeschaft voor 1 november. Alle leden die vanaf 1 november lid worden, moeten voor hun eerste training als lid een sportbewijs aanschaffen. Wanneer het ACLO-sportbewijs niet is aangeschaft, volgt na 1 november of na de eerste training na 1 november een boete vanuit de vereniging (zie boetelijst).

Artikel 10.3: Kosten voor leden

Als een lid geen ACLO-sportbewijs heeft ten tijde van de ACLO ledenlijstcontrole, dan heeft dit tot gevolg dat de vereniging voor de kosten op moet draaien. De kosten van het ACLO-sportbewijs worden doorberekend aan het lid.

Artikel 10.4: Boete te laat aanschaffen ACLO-sportbewijs

Als een lid geen ACLO-sportbewijs heeft ten tijde van de ACLO ledenlijstcontrole, worden bovenop de kosten voor de aanschaf van het ACLO-sportbewijs tevens administratiekosten vanuit de ACLO gedaan, en een extra boete vanuit de vereniging (zie boetelijst).

 

Artikel 10.5: Lidgegevens

  1. Bij het doorgeven van de gegevens die bij de ACLO bekend zijn (geboortedatum, studentnummer, dispensatiekaartnummer, medewerkersnummer of alumnikaart nummer) aan de secretaris, zijn de leden zelf verantwoordelijk voor het doorgeven van de juiste gegevens.
  2. Het lid is zelf verantwoordelijk voor het doorgeven van de juiste gegevens. In het bijzonder het juiste emailadres. Alle belangrijke mededelingen worden door de bestuurssecretaris schriftelijk per mail aangekondigd. Wanneer een lid zelf geen correct emailadres heeft doorgegeven en daardoor belangrijke informatie mist, is het bestuur niet verantwoordelijk voor eventuele consequenties zoals boetes en het niet halen van andere deadlines.

 

Artikel 10.6: Taak voor secretaris

Om op artikel 10.5 terug te kunnen vallen, moet de secretaris zorgen dat de leden minimaal twee weken voor de definitieve inleverdatum van de ledenlijst nog de mogelijkheid hebben om hun gegevens te controleren.

 

 

HOOFDSTUK 11: Benoeming Ereleden en Leden van Verdienste

 

Artikel 11.1: Doelgroep Erelid

Voor een benoeming tot erelid van de Groene Uilen kunnen alleen leden en voormalige leden van de Groene Uilen in aanmerking komen.

 

Artikel 11.2: Doelgroep Lid van Verdienste

Voor een benoeming tot lid van verdiensten van de Groene Uilen kunnen zowel nog in functie zijnde kaderleden, alsmede voormalige kaderleden van de Groene Uilen in aanmerking komen. Tot kaderleden worden alle personen gerekend die binnen de Groene Uilen een of meerdere functies in het bestuur en/of commissie hebben vervuld.

 

Artikel 11.3: Eisen voor in aanmerking komen als voordracht

Voor het verkrijgen van de status van erelid of lid van verdiensten bestaat in beide gevallen een kwalitatieve en een kwantitatieve eis.

  1. De kwalitatieve eis voor de status van erelid luidt: “Kandidaten dienen zich op bijzondere wijze verdienstelijk te hebben gemaakt voor de Groene Uilen.”
  2. De kwantitatieve eis voor de status erelid is vastgesteld op het aantoonbaar voltooid hebben van minimaal 10 jaar lid van de Groene Uilen.

 

Artikel 11.4: Eisen voor in aanmerking komen als voordracht

  1. De kwalitatieve eis voor de status van lid van verdiensten luidt: “Kandidaten dienen zich door buitengewone ijver en belangstelling te hebben onderscheiden.”
  2. De kwantitatieve eis voor de status lid van verdienste is vastgesteld op het aantoonbaar voltooid hebben van minimaal 5 jaar lid van de Groene Uilen.

 

Artikel 11.5: Bevoegdheid indienen van voordracht

Tot het indienen van een voordracht tot erelid zijn de leden van de Groene Uilen individueel bevoegd. De voordracht tot lid van verdienste is een individuele bevoegdheid van het bestuur, alsmede van de leden, lid van een der commissies van de Groene Uilen.

 

Artikel 11.6: Indienen van voordracht

De voordracht tot erelid c.q. lid van verdienste dient schriftelijk te worden aangeboden aan het bestuur.

 

Artikel 11.7: Beoordeling van voordracht

Indien het bestuur blijkens een te houden stemming in meerderheid positief oordeelt over een voordracht tot erelid, of lid van verdienste, dient hiervan door de voorzitter, of een der bestuursleden, op de eerstvolgende algemene vergadering mondeling melding te worden gemaakt, waarna de algemene vergadering in laatste instantie eveneens door middel van stemming een definitieve uitspraak doet.

 

Artikel 11.8: Van lid van verdienste naar Erelid

Wanneer een lid van verdiensten in een later stadium tot erelid wordt benoemd, vervalt daarmee automatisch het vroegere lidmaatschap van verdienste.

 

Artikel 11.9: Bekendmaking benoeming

De definitieve benoeming van ereleden en leden van verdienste wordt zo spoedig mogelijk op een passende wijze door de voorzitter, of een der bestuursleden, aan betrokkenen bekend gemaakt, waarna tevens een permanente melding van de nieuw verworven status zal gaan plaatsvinden in het verenigingsorgaan van de Groene Uilen.

 

Artikel 11.10: Financiële voorwaarden en verplichtingen Erelid

Ereleden betalen alleen de dan geldende bondscontributie.

 

Artikel 11.11: Uitzondering gestelde eisen

Het bestuur kan in haar advies afwijken van het gestelde in de artikel 11.1, 11.2 (beperking benoembaarheid) en/of artikel 11.3 met betrekking tot de kwantitatieve eisen, indien naar haar oordeel sprake is van een incidenteel extreem verdienstelijk functioneren. Bij de besluitvorming zoals bedoeld in lid 7 is in deze situatie telkenmale een 2/3e stemmenmeerderheid van de ledenvergadering vereist.

 

 

HOOFDSTUK 12: Overige bepalingen

 

Artikel 12.1: Onbekendheid met HR

Een beroep op onbekendheid met de bepalingen van dit Huishoudelijk Reglement wordt niet gehonoreerd.

 

Artikel 12.2: Niet voorzien

In alle gevallen waarin dit Huishoudelijk Reglement, de statuten of de wet niet voorzien, beslist het bestuur.

Comments are closed.